Ademhalingsbescherming
Door blootstelling aan (gevaarlijke) stoffen kan – soms pas veel later – gezondheidsschade ontstaan, welke schade vaak onomkeerbaar is. Het dragen van ademhalingsbescherming is bij sommige werkzaamheden en/of omgevingsfactoren geboden. De keuze voor ademhalingsbescherming luistert nauw.
Er zijn verschillende soorten ademhalingsbescherming die toegepast kunnen worden:
- Afhankelijke (de omgevingslucht wordt gezuiverd met een filter).
- Onafhankelijke (zuivere lucht wordt aangevoerd en ingeademd met behulp van een masker of kap, of andere geschikte ademhalingsapparatuur).
In ons assortiment hebben we een ruime keuze aan afhankelijke ademhalingsbescherming.
Normeringen ademhalingsbescherming
Filtrerende gelaatsstukken, mondmaskers, halfgelaatmaskers (mondneusmaskers) en volgelaatmaskers zijn vormen van ademhalingsbescherming. Mond- en/of gelaatsmaskers worden altijd gecombineerd met een ademfilter. Deze filters (stoffilter, gas/dampfilter, combinatiefilter) worden verdeeld in verschillende klassen conform hun capaciteit (gasfilter) en/of efficiëntie (stoffilter). De keuze voor een type filter wordt gebaseerd op het type verontreiniging en de concentratie.
EN 136 | Ademhalingsbeschermingsmiddelen – Volgelaatsmaskers – Eisen, beproevingsmethoden, merken
De EN 136 stelt minimale eisen aan volgelaatsmaskers. Een volledig gezichtsmasker bedekt ogen, neus, mond en kin.
EN 140 | Ademhalingsbeschermingsmiddelen – Halfmaskers en kwartmaskers – Eisen, beproevingsmethoden, merken
De EN 140 stelt minimale eisen aan halfmaskers en kwartmaskers. Een halfmasker bedekt neus, mond en kin. Een kwartmasker bedekt neus en mond.
Ademhalingsbescherming | Stof
EN 149 | Ademhalingsbeschermingsmiddelen – Filtrerende halfmaskers ter bescherming tegen deeltjes – Eisen, beproeving, merken
De EN 149 stelt minimale eisen aan halfmaskers (stofmaskers) om te beschermen tegen deeltjes. De onderhoudsvrije maskers bedekken neus, mond en kin. Er bestaan stofmaskers die gevouwen kunnen worden en voorgevormede modellen. De maskers hebben een universele pasvorm en zijn voorzien van filters die niet vervangen kunnen worden.
EN 143 | Ademhalingsbeschermingsmiddelen – Deeltjesfilter – Eisen, beproeving, merken
De EN 143 specificeert deeltjesfilters voor gebruik als vervangbare componenten in niet-ondersteunde ademhalingsbeschermingsmiddelen. Deeltjesfilters worden geclassificeerd op basis van hun filterefficiëntie: P1, P2 en P3 in oplopende volgorde van filterefficiëntie.
| Stofmasker | Stoffilters | Niveau | Bescherming |
|---|---|---|---|
| FFP1 | P1 | Laag | Lichte bescherming tegen stofdeeltjes van inerte materialen. |
| FFP2 | P2 | Gemiddeld | Optimale bescherming tegen stofdeeltjes van gevaarlijke stoffen. |
| FFP3 | P3 | Hoog | Maximale bescherming tegen stofdeeltjes van giftige tot zeer giftige stoffen. |
Stofmaskers en filters kunnen extra letters (codes) bevatten: De betekenis van deze vermeldingen wordt hieronder uitgelegd.
| Code | Betreft | Omschrijving |
|---|---|---|
| D | Dolomiettest | Kan meer dan één shift binnen dezelfde dag worden gebruikt. Het filterverstopt minder snel. |
| R | Re-usable | Kan meerdere keren gebruikt worden. Heeft een afdichtingsring en kan gereinigd worden. |
| NR | Non Re-usable | Kan uitsluitend gedurende één werkdag gebruikt worden (Single shift). |
| V | Valve (Uitademventiel) | Met uitademventiel. Verhoogt het gebruikerscomfort. |
Ademhalingsbescherming | Gas
EN 14387 | Ademhalingsbeschermingsmiddelen – Gasfilter(s) en combinatiefilter(s) – Eisen, beproeving, merken
Een gas en/of damp kan worden afgevangen met een gas- en dampfilter. Een gas- en dampfilter beschermt niet gelijktijdig ook tegen stofdeeltjes, tenzij de gasfilter is gecombineerd met een deeltjesfilter. Er zijn verschillende soorten gas- en dampfilters. Deze zijn afgestemd op een bepaald type gas waar tegen ze bescherming bieden. Het type gas- en dampfilter is te herkennen aan de letter- en kleurcode. Gas/dampfilters worden geleverd in drie capaciteitsklassen, waarbij klasse 1 de laagste en klasse 3 de hoogste opnamecapaciteit heeft. De gasfilterklasse is steeds terug te vinden na de letters in de filteromschrijving.
| Kleurcode | Type | Bescherming tegen | Klasse |
|---|---|---|---|
| Bruin | A | Gassen en dampen van organische samenstelling met een kookpunt van ˃ 65⁰C | 1, 2 of 3 |
| Grijs | B | Anorganische gassen en dampen | 1, 2 of 3 |
| Geel | E | Zwaveldioxide en waterstofchloride | 1, 2 of 3 |
| Groen | K | Ammoniak en oraganische ammoniakderivaten | 1, 2 of 3 |
| Bruin | AX | Gassen en dampen van organische samenstelling met een kookpunt van ˂ 65⁰C | 1, 2 of 3 |
| Violet | SX | Specifiek benoemde gassen en dampen. | |
| Wit | P | Deeltjes | 1, 2 of 3 |
| Rood Wit | HgP3 | Kwik | |
| Blauw | NOP3 | Stikstofoxiden | |
| Combinatie |
EN 405 | Ademhalingsbeschermingsmiddelen – Filtrerend halfmasker ter bescherming tegen gassen of gassen en stof – Eisen, beproeving, merken
De EN 405 specificeert de eisen voor ventilatie filterende halfmaskers die gas- of gecombineerde filters als ademhalingsbescherming bevatten. Een ventilatie-filterend halfmasker bedekt de neus, mond en de kin en heeft zowel inademings- als uitademkleppen en bestaat geheel of grotendeels uit filtermateriaal of, bestaat uit een frontstuk waarin het gasfilter(s) een onlosmakelijk onderdeel van het apparaat vormen en waar deeltjesfilters vervangbaar kunnen zijn. Naast bescherming tegen gassen en dampen kunnen deze apparaten ook worden ontworpen om te beschermen tegen vaste en vloeibare aerosolen. Gasfilters verwijderen gespecificeerde gassen en dampen. Gecombineerde filters verwijderen verspreide vaste en vloeibare deeltjes en gespecificeerde gassen en dampen. Gas- en gecombineerde halfmaskers worden ingedeeld in typen en klassen op basis van hun toepassing en beschermingscapaciteit. Halfmaskers met ventilatiegas
| Type | Bescherming tegen |
|---|---|
| FFPA | Organische gassen en dampen met een kookpunt hoger dan 65° C |
| FFB | Anorganische gassen en dampen |
| FFE | Zwaveldioxode en andere zure gassen en dampen |
| FFK | Ammoniak en organische ammoniakderivaten |
| FFAX | Organische gassen en dampen met een kookpunt lager dan of gelijk aan 65° C |
| FFSX | Specifiek benoemde gassen en dampen |
Type maskers
De EN 148 benoemt twee typen maskers, een masker met een bajonet aansluiting en een masker met een DIN-genormaliseerd schroefdraad aansluiting.
EN 148-1 | Ademhalingsbeschermingsmiddelen – Schroefdraad voor gelaatstukken – Deel 1: Standaardschroefdraadverbinding
Dit document specificeert standaard schroefdraad voor ademhalingsbeschermingsmiddelen en de beschrijving van testapparaten die nodig zijn voor de beoordeling van sommige vereisten.
EN 148-2 | Ademhalingsbeschermingsmiddelen – Schroefdraad voor gelaatstukken – Deel 2: Centrale schroefkoppeling
Is van toepassing op midden schroefdraad voor ademhalingsbeschermingsmiddelen. Deze norm geldt niet voor duikapparatuur en voor ademhalingsapparatuur met positieve drukvraag.
