Persoonlijke Beschermingsmiddelen
Een persoonlijk beschermingsmiddel (PBM) is een uitrustingsstuk dat is ontworpen en vervaardigd om door een persoon te worden gedragen of vastgehouden ter bescherming tegen één of meer risico’s voor de gezondheid of veiligheid van die persoon.
Soorten persoonlijke bescherming bij Hawedo
Er zijn verschillende soorten persoonlijke beschermingsmiddelen.
Hawedo beschikt over de volgende mogelijkheden:
Oog- en gelaatsbescherming
Ademhalingsbescherming
Gehoorbescherming
Kleding
Normeringen en persoonlijke beschermingsmiddelen
De Europese PBM regelgeving, Verordening (EU) 2016/425 betreffende persoonlijke beschermingsmiddelen, betreft de minimumvoorschriften ten aanzien van de veiligheid en gezondheid voor het gebruik van PBM en “bepaalt” of een PBM de CE markering mag dragen.
Er zijn drie categorieën waar een PBM in kan vallen, afhankelijk van de mate van risico. Op basis van deze risicocategorieën moeten fabrikanten een strikte procedure volgen om hun PBM op de Europese markt te brengen.
Verordening (EU) 2016/425
CAT 1: Bescherming tegen minimale risico’s
Categorie I omvat uitsluitend de volgende minimale risico’s: oppervlakkig mechanisch letsel, contact met vrij onschadelijke schoonmaakmiddelen of langdurig contact met water, contact met warme oppervlakken van niet meer dan 50 °C, schade aan de ogen als gevolg van blootstelling aan zonlicht (anders dan tijdens observatie van de zon), weersomstandigheden die niet extreem van aard zijn.
CAT 2: Bescherming tegen middelhoge risico’s
Categorie II omvat andere risico’s dan die vermeld in de categorieën I en III.
CAT 3: Bescherming tegen hoge risico’s
Categorie III omvat uitsluitend de risico’s die zeer ernstige gevolgen kunnen hebben, zoals overlijden of onomkeerbare schade aan de gezondheid, en die betrekking hebben op het volgende: stoffen en mengsels die gevaarlijk zijn voor de gezondheid, ademlucht met te weinig zuurstof, schadelijke biologische agentia, ioniserende straling, warme omgeving met effecten die vergelijkbaar zijn met die van een luchttemperatuur van minstens 100 °C, koude omgevingen met effecten die vergelijkbaar zijn met die van een luchttemperatuur van -50 °C of minder, naar beneden vallen van grote hoogte, elektrische schok en onder spanning werken, verdrinking, snijwonden door kettingzagen, hogedrukstralen, schotwonden of messteken, schadelijk lawaai.
